Wij zijn erg enthousiast over noötropica, of smartdrugs. Er wordt beweerd dat deze ontwikkeling een belangrijke vooruitgang in de neurowetenschap betekent. Het woord noötropica is bedacht om de stoffen te beschrijven die het leervermogen, de geheugenconsolidatie en de herinnering verbeteren, zonder bijwerkingen op het centraal zenuwstelsel en met een lage toxiciteit, zelfs bij zeer hoge doseringen (Giurgea, 1972). Artsen schrijven elk jaar noötropica voor aan miljoenen mensen buiten de Verenigde Staten. De meeste aan ons bekende mensen die noötropica zoals piracetam hebben gebruikt, zijn enthousiaste fans geworden. Noötropica zijn vooral veelbelovend voor mensen met de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie.

Hoewel er in de wetenschappelijke gemeenschap onenigheid bestaat over welke stoffen noötropica zijn en welke niet, hebben wij hier de medicijnen opgenomen die in de wetenschappelijke literatuur het vaakst beschreven worden als noötropica.

Enige definities

Voordat we de toepassingen en werkingen van de noötropica gaan beschrijven, gaan we eerst wat dieper in op de hersenen in het algemeen – ook op een aantal termen die we op deze site vaak zullen gebruiken.

De mentale en fysieke functies worden onder andere geregeld door een groep chemische stoffen die neurotransmitters genoemd worden (Kaufman, 1986). Deze chemische stoffen worden gebruikt voor de overdracht van impulsen (signalen) tussen zenuwcellen. Sommige maken deel uit van het cholinerge systeem. Dit verwijst naar de gedeelten van het zenuwstelsel die acetylcholine gebruiken als neurotransmitter.

Acetylcholine (ACh) speelt een belangrijke rol in het geheugen en het leervermogen. Het regelt ook de binnenkomende zintuiglijke informatie en de spiercontrole. ACh is een stimulerende neurotransmitter die, wanneer deze afgescheiden wordt door spierzenuwen, deze spieren doet samentrekken. Helaas vermindert de productie van ACh naarmate we ouder worden. Dit leidt tot achteruitgang van het cognitief functioneren, wat tegengegaan of zelfs voorkomen kan worden met de stoffen die op deze website beschreven staan.

Pyrrolidon-derivaten

De interessantste noötropica zijn de pyrrolidon-derivaten.  Tot deze klasse behoren piracetam en analogen daarvan zoals oxiracetam, pramiracetam, aniracetam, en enkele anderen. De werking waarop het opmerkelijke geheugenverbeteringseffect van deze medicijnen berust is nog niet geheel duidelijk. Onderzoek wijst erop dat deze medicijnen werken door beïnvloeding van het cholinerge systeem in de hersenen, d.w.z. de gedeelten van het zenuwstelsel die acetylcholine als neurotransmitter gebruiken.

Uit recente observaties blijkt dat er ook interacties plaatsvinden met de bijnierschors en de productie van bijnierschorshormonen.  Bij laboratoriumdieren waarvan de bijnierschors verwijderd is, of die behandeld zijn met medicijnen die de bijnierschors blokkeren, werken allevier deze stoffen niet. Wanneer we ontdekken hoe deze medicijnen werken, zouden we ook meer kunnen gaan begrijpen over de processen die ten grondslag liggen aan de opslag van herinneringen (Mondadori, 1989).

Noötropica hebben gewoonlijk een “dosis-responscurve in omgekeerde U-vorm”, wat betekent dat ‘hoe meer, hoe beter’ hier niet opgaat.  Als u besluit noötropica te gebruiken, moet u zeker zijn van de optimale dosering. Door een combinatie van twee of meer noötropica of andere smartdrugs en voedingssupplementen kan de dosis nodig is voor een optimaal effect ook verkleind worden.

Referencies:

Giurgea, C.E. “Pharmacology of Integrative Activity of the Brain. Attempt at Nootropic Concept in Psychophar macology.” Actualites Pharmacologiques. 1972, 25, pp. 115‑56.

Giurgea, C.E. “The `Nootropic’ Approach to the Pharmacology of the Integrative Activity of the Brain.” Conditional Reflex. 1973, Vol. 8, No. 2, pp. 108‑15.

Giurgea, C.E. “A Drug for the Mind.” Chemtech. June 1980, pp. 360‑5.

Giurgea, C.E., Salama, M. “Nootropic Drugs.” Progress in Neuro psychopharmacology. 1977, Vol. 1, pp. 235‑47.

Kaufman, R. The Age Reduction System. New York: Rawson Associ ates 1986.

Mondadori, C. “The Effects of Nootropics on Memory: New Aspects for Basic Research.” Pharmacopsychiatry. Oct 1989, 22 Supplement 2 pp. 102‑6.

Nicholson, C. “Nootropics and Metabolically Active Com pounds in Alzheimer’s Disease.” Biochemical Society Transactions. 1989, 17(1) pp. 83‑5

Pelton, R., Pelton, T.C. Mind Food & Smart Pills. New York: Double day, 1989.

Pepeu, G., Spignoli, G. Neurochemical Actions of “Nootropic Drugs”. Advances in Neurology. Vol. 51: Alzheimer’s Disease. Raven Press, Ltd., New York 1990.

Poschel, B.P.H. “New Pharmacologic Perspectives on Nootropic Drugs.”Handbook of Psychopharmacology. 1988, pp. 11‑18, pp. 24‑25.